Tekstelarij
Voor ik begin: deze teksten staan hier om wie daar behoefte aan heeft te voorzien van persoonlijk vertier, persoonlijke geestelijke verrijking of persoonlijke inspiratie, in die volgorde. Persoonlijk is hier een sleutelwoord, en je zal misschien ook impliciet hebben gelezen dat ik tekstdieven niet aanmoedig hier een slag te slaan. Correct citeren en bronnen vermelden is de boodschap, langzaam wentelen aan een scherp roestvrij stalen spit boven een witheet smeulend vuur het alternatief! Wat dat citeren betreft, ik ben Marceau Dewilde, groot van gestalte en bruining van haartooi.
Laat me beginnen met mijn scripties. 't Zijn lange schrijfselen, en dat is in het geval van mijn Wideman-thesis een klein beetje synoniem voor een geäsfyxieerde stapel letters, die mij blijft smeken om een revisie of twee, hoewel het te betwijfelen valt of iemand daar om zit te wachten.
-
This City of Brotherly Love: Life and Works of John Edgar Wideman.
Verhandeling voorgelegd aan de Faculteit der Letteren en Wijsbegeerte
voor het behalen van de graad van licentiaat in de Taal- en Letterkunde: Germaanse Talen, 2001.
-
Een interactieve webomgeving voor de CAM-Brain Machine
Scriptie ingediend tot het behalen van de academische graad van
gediplomeerde in de Aanvullende Studies Informatica, 2002.
Vervolgens wil ik je het volgende artikeltje laten ontmoeten. Het betreft een kort dingetje dat ik schreef net na nieuwjaar van het jaar 2006. In de tekst tracht ik beknopt de meest frequente fouten tegen het Engels samen te vatten, zoals ik die hoorde uit de honderden monden van mijn studenten. De tekst is getiteld ESL Issues in Jinan (the Capital of China's Shandong Province), en kan middels een welgemikt klikje volledig doorgenomen worden.
Ik wil je daarna ook op enkele porties van mijn oudere academische prietpraat vergasten. Opdrachtessays en boekbesprekinkjes met obscure onderwerpen die, ik twijfel er niet aan, ooit wel iemand een zullen kunnen helpen. Het is waarschijnlijk dat je soms kreupele zinnen en loslopende werkwoorden zal aantreffen, en je moet het mij dan ook nu al vergeven. Meer dan één van deze teksten is afgewerkt laat in de nacht, en proefgelezen met dichtgeknepen oogjes.
- In 2000-2001 schreef ik niet alleen mijn licht onderontwikkelde thesis over John Edgar Wideman, maar ook twee essays voor het lesonderdeel 'Literaire Sociologie'. Ik kreeg er 11 op 20 voor. Het pijnt me nog steeds. Ik had ongetwijfeld te weinig inzicht in al hetgeen ik van het vak niet wist (en dat was heel wat, geloof me vrij), ik had er niettemin vrij hard aan gewerkt. 30 Pagina's tekst geproduceerd in vijf dagen! Dat was niet niks op een ogenblik dat gedomineerd werd door een veel te traag voortslenterende thesis en een trits examens. Ik werkte dat jaar overigens ook als een monnik aan een woordenlijst Noors-Nederlands, omdat ik toen zo'n vak had.
- 1999-2000 was een vruchtbaar jaar voor mijn tijpende vingeren. Aangezien ik een jaar in Spanje woonde en studeerde, en de Spanjaarden niet uitmunten in het onderwijs van Nederlandse Literatuur, kreeg ik vier 'Vervangopdrachten' om de nodige puntjes en wijsheid te verzamelen voor een vlekkeloze overgang naar mijn laatste jaar Germanistenbiebelkwiebel. In Spanje deed ik niets aan dat alles, en dus werd het een lange zomer schrijven met scherpe naalden rechtstreeks op mijn uit de mond hangende tong. Lange dagen die me nog lang zullen heugen. Er zit overigens ook een vervangopdracht bij voor 'Vergelijkende Literatuurwetenschap', destijds gedoceerd door de onvervangbare Professor Raymond Vervliet (applaus!). Verder vind je hier ook nog een tekst die ik schreef voor een cursus in Spanje. De tekst is destijds naar Japan verscheept om een quotering te kunnen ontvangen, aangezien de professora in kwestie midden in het semester besliste naar het land der eeuwige rijst te trekken. De wreedheid van in Japan docerende Spaanse proffen is iets waar we allemaal wel een boompje over kunnen opzetten.
- Uit 1998-1999, mijn tweede kandidatuur in het Land Gent, stammen de volgende pennevruchten (dat laatste is overigens een woord dat snel beschimmelt, zeker als het te lang bij een directe warmtebron wordt bewaard). Het gaat om zes boekbesprekingen die in het kader van de Fijne cursus Nederlandsche Bellettrie werden bijeengezweet en -gebloed.
- Uit 1998-1999 komt ook deze tekst, een goede ouwerwetsche bespreking van themata en motieven uit één werk, onderhavig werk zijnde 'Advocaat van de hanen' van A.F.Th. van der Heijden, een dik voluumpje dat ik ten zeerste aanraad aan eenieder die al eens over het alfabet heeft gehoord. Eén van de weinige boeken waar ik mezelf een hele nacht niet kon van losmaken. Het ochtendgloren was schel en pijnlijk.
- Uit 1998-1999 komt nog dit tekstje, dat nooit echt een essay poogde te zijn, maar veeleer een snel bijeengeworpen reeks bedenkingen bij de dichtbundel Scènes in Hotel Morandi van Remco Campert
- Uit 1997-1998 tenslotte, mijn eerste jaar aan de Grote Boze Universiteit, viste ik twee toevallige tekstjes op, die voor het vak 'Inleiding in de Kunstgeschiedenis' werden geschreven.
- Beknopt essay over de voorstelling van de menselijke figuur in de Romaanse, Gotische en Renaissance-kunst aan de hand van concrete voorbeelden, rekening houdende met filosofische of algemeen culturele determinanten (moeilijk om een essay na zo'n titel nog in de hand te houden!)
- Beknopt vergelijkend essay over de volgende kunstwerken: Nicolas Poussin, De roof van de Sabijnse maagden, ca. 1636-1637 / Antoine Watteau, Embarquement pour Cythre, 1717 / Sandro Botticelli, De geboorte van Venus, ca. 1480 / Pierre Auguste Renoir, Le moulin de la Galette, 1876